top of page
Woudenbergers-online

Woudenbergers-online op 

  • Facebook

De eed van Woudgefluister

  • Foto van schrijver: woudenbergers-online
    woudenbergers-online
  • 17 uur geleden
  • 5 minuten om te lezen

Lang voordat mensen hun paden trokken door Den Treek, fluisterde het bos al.


Niet met woorden zoals wij die kennen, maar met krakende takken, ademende mist en het zachte kloppen van wortelharten diep onder de aarde.

Wie goed luisterde, kon het horen.

En wie écht goed luisterde… werd geroepen.

De roep

Op een avond waarop de maan laag hing als een zilveren schaal, voelde Lars Plooyer de fabulant die roep.

Lang voordat mensen hun paden trokken door Den Treek, fluisterde het bos al.


Niet met woorden zoals wij die kennen, maar met krakende takken, ademende mist en het zachte kloppen van wortelharten diep onder de aarde.

Wie goed luisterde, kon het horen.

En wie écht goed luisterde… werd geroepen.

De roep

Op een avond waarop de maan laag hing als een zilveren schaal, voelde Lars Plooyer de fabulant die roep.


Zijn pen trilde in zijn jaszak. Niet van kou – maar van verwachting.

“Kom,” zuchtte de wind, “er moet iets herinnerd worden.”

Lars volgde het pad dat geen pad was, tot hij uitkwam bij een open plek waar het licht zich verzamelde alsof het daar thuishoorde.

Daar stonden zij.

De wachters van het fluisteren

Liora de Lantaarnfee zweefde vooraan. Haar licht was warm, als een verhaal dat net begint.

Naast haar stond Mirel van de Maanmeren, met druppels zilver in haar haren, alsof het water haar nooit helemaal losliet.

Tussen de varens glinsterden twee ogen: Vixela de Schaduwvos, half hier, half ergens waar zelfs schaduwen verdwalen.

Op een omgevallen eik zat zwijgend de Kraaienwachter, omringd door zwarte vleugels die alles zagen wat vergeten werd.

Uit de grond zelf leek hij te groeien: Bram Wortel, de Boomhoeder, met handen als bast en een stem als diepe aarde.

Op een kring van paddenstoelen wiebelde Kreukel, die voortdurend luisterde naar ondergrondse roddels van sporen en schimmels.

En in het koele nevellicht stond Lysandra Mergeldauw, wier adem de ochtend kon oproepen.

Aan de rand van de open plek bewogen twee gestalten.

Sam, de jonge gezenderde wolf, droeg nog de geur van verre omzwervingen.


Naast hem liep Eva, krachtig en waakzaam, weduwe van Bram, met in haar blik zowel verlies als toekomst.

De dreiging

“Het fluisteren wordt dun,” zei Mirel.

“Te veel voeten, te weinig luisteren,” kraste de Kraaienwachter.

“Als niemand onze woorden draagt,” vulde Lysandra aan, “verdwijnt de eed die dit woud bijeenhoudt.”

Lars slikte.

“Wat kan een fabulant doen tussen zoveel oudheid?”

Liora glimlachte. “Alles begint met iemand die vertelt.


De eed

Bram Wortel legde een zware, vriendelijke hand op Lars’ schouder.

“Schrijf,” zei hij. “Maar niet om te bezitten. Schrijf om te verbinden.”

Vixela kwam dichterbij. “Vertel over wat verborgen is, zonder het te verraden.”

Kreukel giechelde. “En vergeet de kleine stemmen niet! Wij houden het grote overeind.”

Sam hief zijn kop. Eva ging naast hem staan.

In hun stilte lag een belofte van lente, van mogelijk nieuw leven dat tussen varens zou wankelen.

Toen sprak de hele kring, als wind door duizend bladeren:

“Wat gehoord wordt met eerbied, blijft bestaan.”


De keuze van de fabulant

Lars voelde de woorden in zijn borst landen. Niet als bezit – maar als opdracht.

“Ik zal jullie dragen,” zei hij zacht.

“In verhalen, in wandelingen, in mensen die opnieuw leren luisteren.”

Lysandra liet dauw op zijn handen vallen.

“Dan ben jij nu deel van Woudgefluister.”


Het verdwijnen

Langzaam vervaagden de wachters.

Eerst de kraaien.

Toen de vos.

Toen het licht.

Tot Lars alleen stond met het geritsel van toekomst.

In de verte klonk een wolvenroep – niet treurig, niet vrolijk, maar open.

Alsof het voorjaar al wist wat het misschien brengen zou.



En nog altijd…

Soms, wanneer iemand in Den Treek plots stilvalt zonder te weten waarom…

wanneer een pen begint te kriebelen…

wanneer hoop ruikt naar natte aarde…

dan ademt de eed opnieuw.

En ergens glimlacht een fabulant, omdat hij weet:

het verhaal leeft.


Een fabulant is iemand die fabels vertelt; een fantast, een verzinner van verhalen, vaak met een vleugje fantasie of overdrijving.

Zijn pen trilde in zijn jaszak. Niet van kou – maar van verwachting.

“Kom,” zuchtte de wind, “er moet iets herinnerd worden.”

Lars volgde het pad dat geen pad was, tot hij uitkwam bij een open plek waar het licht zich verzamelde alsof het daar thuishoorde.

Daar stonden zij.

De wachters van het fluisteren

Liora de Lantaarnfee zweefde vooraan. Haar licht was warm, als een verhaal dat net begint.

Naast haar stond Mirel van de Maanmeren, met druppels zilver in haar haren, alsof het water haar nooit helemaal losliet.

Tussen de varens glinsterden twee ogen: Vixela de Schaduwvos, half hier, half ergens waar zelfs schaduwen verdwalen.

Op een omgevallen eik zat zwijgend de Kraaienwachter, omringd door zwarte vleugels die alles zagen wat vergeten werd.

Uit de grond zelf leek hij te groeien: Bram Wortel, de Boomhoeder, met handen als bast en een stem als diepe aarde.

Op een kring van paddenstoelen wiebelde Kreukel, die voortdurend luisterde naar ondergrondse roddels van sporen en schimmels.

En in het koele nevellicht stond Lysandra Mergeldauw, wier adem de ochtend kon oproepen.

Aan de rand van de open plek bewogen twee gestalten.

Sam, de jonge gezenderde wolf, droeg nog de geur van verre omzwervingen.


Naast hem liep Eva, krachtig en waakzaam, weduwe van Bram, met in haar blik zowel verlies als toekomst.


De dreiging

“Het fluisteren wordt dun,” zei Mirel.

“Te veel voeten, te weinig luisteren,” kraste de Kraaienwachter.

“Als niemand onze woorden draagt,” vulde Lysandra aan, “verdwijnt de eed die dit woud bijeenhoudt.”

Lars slikte.

“Wat kan een fabulant doen tussen zoveel oudheid?”

Liora glimlachte. “Alles begint met iemand die vertelt.”



De eed

Bram Wortel legde een zware, vriendelijke hand op Lars’ schouder

“Schrijf,” zei hij. “Maar niet om te bezitten. Schrijf om te verbinden.”

Vixela kwam dichterbij. “Vertel over wat verborgen is, zonder het te verraden.”

Kreukel giechelde. “En vergeet de kleine stemmen niet! Wij houden het grote overeind.”

Sam hief zijn kop. Eva ging naast hem staan.

In hun stilte lag een belofte van lente, van mogelijk nieuw leven dat tussen varens zou wankelen.

Toen sprak de hele kring, als wind door duizend bladeren:

“Wat gehoord wordt met eerbied, blijft bestaan.”


De keuze van de fabulant

Lars voelde de woorden in zijn borst landen. Niet als bezit – maar als opdracht.

“Ik zal jullie dragen,” zei hij zacht.

“In verhalen, in wandelingen, in mensen die opnieuw leren luisteren.”

Lysandra liet dauw op zijn handen vallen.


“Dan ben jij nu deel van Woudgefluister.”

Het verdwijnen

Langzaam vervaagden de wachters.

Eerst de kraaien.

Toen de vos.

Toen het licht.

Tot Lars alleen stond met het geritsel van toekomst.

In de verte klonk een wolvenroep – niet treurig, niet vrolijk, maar open.

Alsof het voorjaar al wist wat het misschien brengen zou.


En nog altijd…

Soms, wanneer iemand in Den Treek plots stilvalt zonder te weten waarom…

wanneer een pen begint te kriebelen…

wanneer hoop ruikt naar natte aarde…

dan ademt de eed opnieuw.

En ergens glimlacht een fabulant, omdat hij weet:

het verhaal leeft.

Een fabulant is iemand die fabels vertelt; een fantast, een verzinner van verhalen, vaak met een vleugje fantasie of overdrijving.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

naar de home page

bottom of page