Er was een tijd dat Den Treek bijna elke dag sprak.
- woudenbergers-online

- 17 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Bij Woudgefluister waaiden verhalen als bladeren door de lucht. Ze vertelden over de moedige wolf Bram en zijn gezin, over hun omzwervingen, hun waakzame nachten en de stille kracht waarmee zij door Den Treek trokken. Wie goed luisterde, kon hun leven volgen in het kraken van takjes en het ruisen van het gras.
Maar toen kwam die nare dag in december van vorig jaar.
Een dag waarop het woud zijn adem inhield en een bekend geluid wegviel. Sindsdien werden de verhalen zachter. Voorzichtiger. Alsof zelfs de wind moest wennen aan het gemis.
Toch is het bos nooit lang zonder hoop.
Want van betrouwbare fluisteringen tussen de bomen wordt verteld dat Sam en wolvin Eva nog altijd dwalen over Den Treek en de Utrechtse Heuvelrug. Samen bewaken zij de oude paden, waar herinneringen liggen als mos op de grond.
Over de jonge wolven is weinig nieuws. Misschien zwerven ze verder dan onze ogen kunnen reiken. Misschien schrijven zij hun eigen hoofdstukken, ergens achter de horizon.
En wie weet… wanneer de winter wijkt en het voorjaar voorzichtig het woud wakker kust, brengt de lente opnieuw klein, wiebelend leven. Nieuwe pootjes. Nieuwe stemmen. Nieuwe verhalen om te fluisteren.

Het fluisteren van Sam
Op een ochtend, toen de mist als zilveren draadjes tussen de bomen hing, werd er gefluisterd over een nieuwe schaduw in het woud van de Utrechtse Heuvelrug. Geen dreiging, maar een belofte. De dieren noemden hem Sam.
Lang geleden had hier een andere leider gelopen, sterk en vertrouwd. Maar na zijn verdwijnen was het stil geworden in het hart van het bos. Tot, in de winter van januari 2026, een reiziger uit verre streken zijn poten op de bevroren grond zette.
De aankomst van Sam
Sam droeg geen kroon, maar wel iets bijzonders: een band om zijn hals die zachtjes het verhaal van zijn leven verzamelde. Hij was moe van een reis die langer was dan menig vogel ooit had gevlogen. Vanuit de verre Hoge Veluwe had hij in drie manen en nog veel meer nachten meer dan tweeduizend vijfhonderd kilometer afgelegd.
Hij had rivieren geroken, wegen gehoord, en de lichten van dorpen gezien als sterren die te vroeg waren opgestaan.
Toch wist hij, toen hij de Heuvelrug Den Treek bereikte:
hier moet ik zijn.
Een nieuwe leider
In het bos leefde nog een wolvin Eva genaamd. Waakzaam, wijs, met ogen die het verleden kenden. Eerst keek ze van een afstand. Wie was deze vreemdeling die liep waar vroeger hun leider had gelopen?
Maar Sam was geduldig. Hij sprak met zachte passen en beleefde buigingen van zijn kop. Langzaam, bijna onmerkbaar, begon het bos hem te aanvaarden.
Op een dag zagen de reeën het als eersten: Sam markeerde de oude plekken. Niet om te wissen wat geweest was, maar om te zeggen: ik zorg nu voor jullie.
Vanaf dat moment ging het gerucht als een warme wind door de bomen — er was weer een roedelleider.
Het fluisterende halsbandje
Het bijzondere bandje om Sams nek fluisterde ondertussen zijn geheimen naar verre luisteraars van Wageningen University & Research. Daar zaten mensen die wilden begrijpen hoe een wolf leeft tussen fietspaden, auto’s en nieuwsgierige blikken.
Elke stap die Sam zette, werd een letter in een groot boek.
Een boek over samenleven.
En ze leven…
En zo wandelt Sam nog altijd door de bossen. Soms zien wandelaars slechts een schaduw. Soms horen ze ’s nachts een roep die oud is als de wereld.
Maar wie goed luistert, hoort iets anders in dat geluid — geen afscheid, maar een begin.
Een nieuw hoofdstuk voor Den Treek.








Opmerkingen